De controle van één belangrijk onderdeel in de optoming wordt vaak vergeten, namelijk: het bit. Bitten zijn er in vele soorten en maten. Hoe weet je nu of je het goede bit voor jouw paard hebt? Ben je een wedstrijdruiter of wil je recreatief rijden? Het zijn allemaal factoren die meespelen in de keuze voor het juiste bit.

Een bit is zo vriendelijk als de hand van de ruiter. Echter is de keuze van het juiste bit van vele factoren afhankelijk. De opleiding van jouw paard, leeftijd, karakter en de anatomie van het hoofd zijn allemaal zaken die daar mee te maken hebben. Op een aantal van deze factoren kun jij als ruiter invloed uitoefenen, onder andere door de anatomie van het paardenhoofd te begrijpen. Als je weet waar de drukpunten van het paardenhoofd zitten en weet welk bit het beste zou passen bij jouw paard, kan dat de training ten goede komen. Een goed passend bit staat aan de basis van een goede training. Professionele ruiters wisselen regelmatig het bit om te zien of paarden er beter mee lopen. Ook gebruiken sommigen een ander bit tijdens wedstrijden dan thuis. Dit doen de ruiters om net even meer scherpte te krijgen.

De anatomie van het paardenhoofd
Elk paardenhoofd heeft kleine anatomische verschillen en reageert dan ook anders op een bit. Om te weten of jij het goede bit hebt voor je paard zal je eerst meer moeten weten over de anatomie van het paard en de correcte optoming van het hoofdstel.
Het paardenhoofd bezit net als een mensenhoofd diverse zenuwknopen. Druk op deze knopen kan invloed hebben op het gedrag van jouw paard. Het ene paard is gevoeliger dan het andere paard.
Welke drukpunten op het paardenhoofd zijn van invloed op het goed passen van het bit en hoofdstel?

  1. Achter de oren van het paard komen de zenuwuiteinden van de hals bij elkaar. Wanneer het kopstuk van jouw hoofdstel te krap achter de oren zit, krijgt het paard hoofdpijn. Dat kan de oorzaak zijn dat jouw paard zijn hoofd kantelt of schudt.
  2. Neusbot: Wanneer de neusriem te laag zit klem je de luchtwegen en de bijbehorende zenuw, de bovenkaakzenuw, af. Deze zenuw is verantwoordelijk voor de sensibiliteit van het bovenkaakbeen met de boventanden, bovenlip, het zachte gehemelte, de neus en de kaakholte.
  3. Mondlagen en de tong: de dikte van de lagen (zijkanten van de mond) bepalen samen met de tong hoeveel ruimte er is in de mond.
    Daarnaast is de dikte en breedte van de tong ook van belang. Hoe dikker de tong van het paard hoe dunner het bit moet zijn.  
  4. Onderkaak: Bij de meeste paarden loopt de onderkaak in een ronde. Daardoor valt de tong mooi naar beneden. Bij sommige paarden is de vorm van de onderkaak echter recht, waardoor de tong minder ruimte heeft. Je kunt dit zelf voelen door je vinger onder zijn tong te leggen.  
  5. Gehemelte: Hoe lager het gehemelte is, hoe dunner het bit moet zijn.

 

 

 Optoming

We hebben de drukpunten van het paardenhoofd besproken. Zit je neusriem te laag dan druk je de luchtwegen en bovenkaakzenuw dicht. Wanneer er te weinig ruimte achter de oren is kan je paard hoofdpijn krijgen. Daardoor ontstaat er druk achter de oren wat een paard als vervelend kan ervaren.

Een goed passend trenshoofdstel voldoet aan de volgende punten:
1. Kopstuk: Het kopstuk moet niet te strak achter de oren van het paard liggen. Je weet dat het kopstuk niet te strak ligt als het paard zijn oren goed kan bewegen en er geen rimpels achter de oren verschijnen. Achter de oren liggen de zenuwpunten bij de schedel.
2. Frontriem: Zorg ervoor dat je frontriem niet te strak zit. Wanneer je een paar vingers achter de frontriem kunt steken is dat prima.
3. Neusriem: Met een aansnoerneusriem moet je ervoor zorgen dat de neusriem niet drukt op het neusbot. De neusriem moet 2 vingers onder het jukbeen zitten. Bovendien moet je 2 vingers tussen de neusriem kunnen steken, indien dit niet kan, weet je dat de neusriem te strak zit.
4. Sperriem: De sperriem zorgt ervoor dat je paard zijn mond niet open kan doen. Zorg ervoor dat deze niet te strak zit. Twee vingers ruimte is voldoende.
5. Keelriem: De keelriem zit bij de luchtpijp van een paard. Zodra het paard het hoofd naar voren kantelt moet de keelriem nog los zitten. Wanneer je een vuist tussen de keelriem en het paard kunt steken, heeft het paard voldoende ruimte.

Opmeten bit
Wanneer je met twee vingers in de mond van je paard kunt zonder dat hij erop bijt biedt de mond van het paard genoeg ruimte voor een bit. Een normaal bit is 16 of 18 mm dik. Heeft je paard minder dan twee vingers ruimte in de mond? Dan heeft je paard een kleinere bit maat nodig, bijvoorbeeld 14 mm.
Twijfel je zelf over de maat van het bit? Gebruik de meetkaart van Sprenger! Sprenger heeft een meetkaart ontwikkeld waarmee je zelf heel gemakkelijk de mond van jouw paard kunt opmeten.

Download hier de meetkaart

Hoe meet je jouw huidige bitmaat op?
- Bij een bit met losse ringen meet je het bit op van de binnenzijde tot binnenzijde van de ringen.
- Een bit met vaste ringen zoals een d-trens meet je zo dicht mogelijk van de ene ring naar de andere ring.
- Een stang meet je op van binnenzijde schaar tot binnenzijde schaar.

Onderhoud

Daarnaast is onderhoud aan het bit en de paardenmond erg belangrijk. Spoel je bit altijd netjes af na het rijden. Hiervoor bestaat er Diamond Paste van Sprenger om het bit te onderhouden. Raadpleeg een tandarts om te controleren of jouw paard geen last heeft van bijvoorbeeld haken of wolfskiesjes. Overleg met je trainer en kies altijd een bit wat past bij jouw huidige trainings- en africhtingsniveau. Kom voor goed advies voor een bit naar het Drunens Ruiterhuis. Onze bitspecialist Ragne helpt je graag verder in de zoektocht naar het ideale bit. 

Heb jij een specifiek probleem met de aanleuning? Lees dan de blog over aanleuningsproblemen!

Heeft jouw paard last van tongproblemen? Lees dan de blog over tongproblemen!